23 maart, 2017

Tunische steek van de week - week 2: gewone Tunische steek achterlangs

Vorige week liet ik je zien hoe je de basis toer en de gewone Tunische steek haakt. Vandaag ga ik je laten zien hoe je de gewone Tunische steek achterlangs haakt, een variatie op de gewone Tunische steek.


Gewone Tunische steek achterlangs




















De gewone Tunische steek achterlangs


Zoals je vorige week gemerkt hebt en nog wel vaker zult zien, krullen heel veel Tunische steken om bij de onder- en bovenrand. Deze steek doet dat niet. Het lapje is keurig plat. Daarnaast is het dicht maar toch redelijk soepel. Aan de voorkant ontstaan allemaal bobbeltjes terwijl de achterkant er uit ziet als breiwerk. Leuk voor bijvoorbeeld vesten, dekens en kussens.
Volg de geschreven uitleg of kijk naar de instructievideo.

1. Je begint uiteraard weer met het haken van de basis toer. Ik heb zelf weer 21 lossen gehaakt (voor de foto's en in het filmpje heb ik 10 lossen opgezet).

2. De eerste steek sla je over.
In plaats van je haaknaald van rechts naar links onder het voorste verticale lusje te steken zoals bij de gewone Tunische steek, steek je nu je haaknaald van rechts naar links onder het achterste verticale lusje door. Dit lusje is eigenlijk het tweelinglusje van het voorste verticale lusje. Ik vind het zelf het makkelijkst om mijn werk naar voren te draaien zodat ik de steken makkelijker zie.

Van rechts naar links onder het achterste verticale lusje.











Zo ziet het er aan de achterkant uit.











3. Maak een omslag en haal door. Je hebt twee lusjes op je haaknaald.

4. Herhaal met alle achterste verticale lusjes tot de laatste steek.

Insteken...











... omslaan en doorhalen.






5. De laatste steek haak je weer net zoals bij de gewone Tunische steek. Je steekt de haaknaald door beide lusjes die je aan de zijkant ziet. Maak een omslag en haal door.

Laatste steek: haak aan de voorkant door beide lussen.

6. De teruggaande toer is hetzelfde als bij de gewone Tunische steek. Je haakt eerst één losse, dan sla je om en haalt de draad door twee lusjes net zolang tot je nog maar één lus op je haaknaald hebt staan.

Teruggaande toer: eerst een losse haken...

... daarna omslaan en door twee lussen halen.





















Herhaal deze twee toeren tot je een vierkant lapje hebt. Ik haakte hier voor 22 toeren.

Afkanten


Nu gaan we het lapje nog netjes afkanten. Dat doe je door net als in de heengaande toer te haken alleen haal je dan iedere omslag ook meteen door de lus op je haaknaald. Zo blijf je één lus op je haaknaald houden. Knip de draad door en haal deze door de laatste lus.

Van rechts naar links onder het achterste verticale lusje,
omslaan en door twee halen tot het eind.

Klaar!


























En dat was de steek van deze week. Vind je hem leuk? Ik vind het zelf erg leuk om te zien dat er door de manier van insteken te veranderen meteen een heel ander effect ontstaat. Doordat je aan de achterkant van het werk insteekt, duw je eigenlijk de bovenste rand van je haakwerk naar voren waardoor de ribbeltjes ontstaan.

Volgende week de 3e steek. Tot dan!
Marjolein

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen