Posts tonen met het label sokken. Alle posts tonen
Posts tonen met het label sokken. Alle posts tonen

09 maart, 2017

Sokken CAL: alle sokken verzamelen!

De sokken CAL zit er op en wat heb ik het naar mijn zin gehad! Al die mooie sokken en leuke berichten, geweldig! Omdat er op mijn Facebookpagina helaas geen mogelijkheid voor anderen is om een eigen foto te plaatsen, heb ik hier wat foto's verzameld. Enjoy!

De eerste sokken die ik via de email mocht bewonderen zijn van Nel:




















Toen kreeg ik leuke email van Gerie:





















Gevolgd door leuke mail van Lucette:





















Het thema is wel roze/rood! Een mooie, warme kleurcombinatie vind ik dat.

Staat jouw foto hier niet bij maar wil je dat wel graag? Stuur dan een mailtje mét foto naar marjolein@haakbaak.nl en ik plaats hem hier nog bij.

Marjolein



02 maart, 2017

Sokken CAL - deel 4: voet, teen en afwerking

Zo, na het haken van de spie is het grootste deel van je sok klaar. Nu alleen nog de voet, teen en natuurlijk de afwerking. Dat klinkt als veel werk maar dat valt reuze mee. Zullen we meteen maar beginnen?

Voet


De voet is niet lastig om te haken. Je gaat namelijk gewoon verder met in de rondte haken tot je bij de teen komt. Dus:

Haak een beginstokje. Haak vervolgens stokjes over de zool en over de bovenvoet. Sluit de toer met een halve vaste in de bovenkant van het beginstokje. Haak zo door tot je bij het begin van je kleine teen bent. Pas je sok regelmatig!




























Teen


In de teen maken we weer onzichtbare minderingen (methode 3). De teen haak je in vasten zonder de toer te sluiten, je haakt dus gewoon door. Omdat je de toer niet sluit maar in een spiraal haakt, gaat je werk een beetje draaien. Voor het maken van minderingen die precies aan de zijkant van je teen moeten komen, is dat natuurlijk niet handig. Maar daar is een simpele oplossing voor die ik je zo uit ga leggen.

Als het goed is, moet je nu nog ongeveer 5,5 centimeter haken tot de bovenkant van je langste teen. Zijn jouw tenen - net als die van mij - langer? Geen probleem! Dan haak je eerst een aantal toeren vasten voordat je met de minderingen begint. Zelf heb ik 4 toeren vasten extra gehaakt zonder minderingen.

1. Leg je sok plat voor je op tafel zodat de zool en de bovenvoet op elkaar liggen en de hiel precies in het midden. Bepaal de precieze zijkanten van de sok en rijg daar een markeerdraad door. Dit is een geheugensteuntje dat je dus niet mee moet haken!
2. haak de 1e toer vasten zonder minderingen.
3. haak de 2e toer vasten met minderingen op de volgende plaatsen:
  • 1e en 2e mindering: vasten haken tot 3 steken voor de markeerdraad/zijkant - onzichtbare mindering - 2 vasten - onzichtbare mindering.
  • 3e en 4e mindering: vasten haken tot 3 steken voor de andere markeerdraad/zijkant - onzichtbare mindering - 2 vasten - onzichtbare mindering - vasten tot het einde van de toer.
4. herhaal punt 2 en 3 tot je de helft van het aantal voetsteken over hebt. Minder vanaf dat moment in elke toer tot je nog 8 vasten over hebt.

Let op:
Bepaal  steeds opnieuw de zijkanten door de sok plat neer te leggen. Zorg er voor dat de markeerdraden precies aan de zijkant zijn. Zelf rijg ik elke 4 toeren de markeerdraad een paar steken hoger door de zijkant.












Afwerking


Zo, het haken is klaar! Nu alleen nog 2 draadjes wegwerken bij de teen en bij de boord.
Eerst die van de teen, daar zijn we tenslotte toch mee bezig. Rijg de draad door de laatste 8 steken met een overhandse steek. Steek de draad naar binnen en rijg de draad een paar keer heen en weer door de steken om hem goed vast te zetten.
















Nu de boord. Naai met de begindraad de eerste en de laatste steek aan elkaar. Rijg de draad aan de binnenkant van de boord een paar keer heen en weer door de steken om hem goed vast te zetten.

















KLAAR!









































Gefeliciteerd! Je hebt een sok gehaakt! En misschien heb je zelfs de tweede sok ook al af.
En? Zitten ze lekker? Ben je tevreden? Ga je nog meer sokken haken in de toekomst? De andere patronen zijn ook erg leuk om te haken. Zelf heb ik nu, met deze sok er bij, vier paar sokken uit het boekje gehaakt, de links naar de berichten over die sokken zie je hier onder.

En heb je zin gekregen om ook een sok te haken van teen naar boord? Dus precies omgekeerd als deze sok? Ik hoor het graag want als er genoeg belangstelling is, wil ik daar ook een CAL voor maken.

En dan nog een laatste vraag: volgende week donderdag wil ik graag een blogbericht plaatsten met een overzicht van tijdens deze CAL gehaakte sokken. Dus vind je het leuk om jouw sokken op mijn blog terug te zien? Stuur dan een foto naar marjolein@haakbaak.nl dan plaats ik ze op mijn blog. Heb je zelf ook een blog? Stuur de link dan mee dan plaats ik die er bij.

Bedankt voor je enthousiaste deelname!

Marjolein

23 februari, 2017

Sokken CAL - deel 3: spie

Ik zag al heel wat grote en kleine hielen voorbij komen op Facebook en tussen mijn e-mails, geweldig! Dan kunnen we vandaag snel verder met deel 3 van onze sokken CAL: de spie.


Wat is de spie?


De spie is het gedeelte van de sok dat over je enkel en wreef gaat tot het smalle gedeelte van je voet. In de spie ga je minderen tot je precies genoeg steken overhoudt voor je voet.
De minderingen in de spie haak je met de zichtbare mindering (methode 1 van de tutorial).
















Aan de slag!


Vanaf nu haak je weer gewoon in de rondte, net als bij het been.

1. Begin met een gehaakt beginstokje en haak vervolgens langs de eerste zijkant van de grote hiel in elke toer vasten een stokje. In de overgang van hiel naar voet haak je een extra stokje samen met het eerste stokje op de voet. Daardoor krijg je geen gaatje bij de overgang naar de voet.
2. Haak stokjes over het gedeelte van de voet. Dit is precies de helft van het aantal steken waar je mee begonnen bent. Dit aantal verandert niet!
3. Maak vervolgens weer een zichtbare mindering aan de andere kant van de voet door de laatste steek van de voet samen te haken met een stokje in de overgang van voet naar grote hiel.
4. Haak nu langs de tweede zijkant van de grote hiel hetzelfde aantal stokjes dat je haakte langs de eerste zijkant van de grote hiel.
5. Haak stokjes over de kleine hiel en sluit de toer met een halve vaste in het gehaakte beginstokje. Tel je steken en zorg er voor dat je een even aantal steken hebt. Eventueel haak je een extra stokje in de kleine hiel.

Je hebt nu veel meer steken dan waar je mee begonnen bent. Deze ga je allemaal wegminderen in de spie.

6. In iedere toer haak je een zichtbare mindering met het laatste stokje van de hiel/zool en het eerste stokje van de voet direct aan de linkerkant van de sok.
7. Haak vervolgens ook een zichtbare mindering met het laatste stokje van de voet en het eerste stokje van de hiel/zool aan de rechterkant van de sok.

Herhaal stap 6 en 7 tot je op het gewenste aantal steken voor de voet uitkomt.


Lijn 1: gehaakte beginstokjes
Lijn 2: stokjes in de grote hiel
Lijn 3: minderingen in de spie
Het kan heel goed zijn dat het aantal steken dat je nodig hebt voor de voet anders is dan het aantal steken dat je nodig had voor het been. Dat geeft helemaal niets! Je mindert gewoon net zo lang tot je het juiste aantal steken hebt voor de voet.

Heb je een erg hoge wreef? Haak dan twee toeren met minderingen gevolgd door 1 toer zonder minderingen. Zo krijg je meer instapruimte.

Let op:


Omdat je voor de linkersok een toer extra moest haken bij de grote hiel, heb je voor de spie ook twee steken meer nodig. Je haakt dus aan iedere kant van de grote hiel voor de linkersok één steek meer dan voor de rechtersok. Daardoor wordt je spie ook één toer langer! Dus: heb je voor de rechtersok 19 steken langs de grote hiel gehaakt, dan haak je voor de linkersok 20 steken langs de grote hiel.
















Blijf vooral je sok tussendoor goed passen en schrijf op wat je doet. Dat maakt het haken van sok 2 een stuk makkelijker.

En, gelukt? Heb je vragen? Loop je ergens op vast? Vertel het me vooral zodat ik je kan helpen. Dat kan hier op mijn blog, op Facebook of via een email.

Huiswerk voor deze week: haak de spie. Ben je klaar met de rechtersok, haak dan vooral verder aan je linkersok. Donderdag 2 maart gaan we de sok helemaal afhaken.

Succes!

Marjolein

16 februari, 2017

Sokken CAL - deel 2: grote en kleine hiel

En is het iedereen gelukt om de boord en het been te haken? Ging het heel goed en heb je zelfs al een begin gemaakt met sok 2? Of haak je eerst de ene sok en daarna de andere sok? Hoe dan ook, vandaag gaan we verder met deel 2 van onze sokken CAL: de grote en kleine hiel.

1. Grote hiel


De grote hiel (ook wel hielflap genoemd) bepaalt de hoogte van de hiel en is niet meer dan een simpel lapje dat heen en weer gehaakt wordt over de helft van het aantal steken. In dit patroon haken we de Hollandse hiel die bekend staat om zijn goede pasvorm.

Tijdens het haken ontstaat er op het been een soort "lijn" die veroorzaakt wordt door het sluiten van de toer en het maken van een gehaakt beginstokje. Door een rechtersok en een linkersok te haken, zorg je er voor dat deze lijn aan de binnenkant van je been komt te zitten en daardoor minder opvalt. Met het haken van de grote hiel bepaal je of je sok een rechter- of een linkersok wordt.

Belangrijk: eindig elke toer met een keerlosse en haak de 1e vaste in de laatste vaste van de voorgaande toer.

Rechtersok
Keer je werk om en haak op de verkeerde kant vasten over de helft van je totale aantal steken. Na iedere toer keer je je werk om en haak je vasten tot de gewenste hoogte van je hielflap. Ik haakte 18 toeren voor ca. 5,5 cm. hoogte. Pas je sok af en toe om te zien of de hiel al hoog genoeg is. Ik trek dan de sok aan en vouw de hielflap rond mijn hiel. Als de sok goed zit en de hielflap raakt de grond dan ben je klaar. Zorg er voor dat je eindigt met een toer op de goede kant!

Linkersok
Haak vasten op de goede kant over de helft van je totale aantal steken. Na iedere toer keer je je werk om en haak je vasten tot de gewenste hoogte van je hielflap. Voor de linkersok haakte ik 19 toeren. Eindig weer met een toer op de goede kant.

Voorkant sok met de grote hiel
Zijkant sok met gehaakte beginstokjes

2. Kleine hiel


De kleine hiel zorgt er voor dat de hielflap zich om je hiel heen vouwt. Het is een u-vormig stukje dat je met verkorte toeren haakt. Het is niet moeilijk om te doen maar je moet - zeker in het begin - heel goed opletten en blijven tellen. Hieronder leg ik de eerste vier toeren van de kleine hiel uit. Mocht je liever zien hoe ik de kleine hiel haak, klik dan hier voor een filmpje.

Belangrijk: sla de 1e vaste van de toer niet over! Plaats eventueel een steekmarkeerder door de laatst gehaakte vaste.

Toer 1 (verkeerde kant): vasten tot het midden van de grote hiel + 1 over het midden. Maak dan een onzichtbare mindering. Haak nog 1 vaste, een keerlosse en keer je werk om.
Toer 2 (goede kant): 3 vasten + 1 over het midden. Haak een onzichtbare mindering, 1 vaste, een keerlosse en keer je werk om. Je hebt nu 6 vasten gehaakt.
Toer 3 (verkeerde kant): 5 vasten, onzichtbare mindering over de laatste vaste van toer 2 en de eerstvolgende vaste van de grote hiel, 1 vaste, keerlosse en keer je werk om. Je hebt nu 7 vasten gehaakt.
Toer 4 (goede kant): 6 vasten, onzichtbare mindering over de laatste vaste van toer 3 en de eerstvolgende vaste van de grote hiel, 1 vaste, keerlosse en keer je werk om. Je hebt nu 8 vasten gehaakt.

Haak zo door tot aan beide kanten alle vasten van de grote hiel zijn weggehaakt. De laatste toer is op de goede kant van je werk. De hiel is nu klaar en het lastigste gedeelte heb je nu gehad. Pas je sok vooral nog een keer aan om te kijken of hij goed zit.

Kleine hiel
Boord, been, grote en kleine hiel

En, gelukt? Heb je vragen? Loop je ergens op vast? Vertel het me vooral zodat ik je kan helpen. Dat kan hier op mijn blog, op Facebook of via een email.

Huiswerk voor deze week: haak de grote en de kleine hiel. Ben je klaar met de rechtersok, haak dan vooral verder aan je linkersok. Donderdag 23 februari gaan we de spie haken.

Succes!

Marjolein


09 februari, 2017

Sokken CAL - deel 1: boord en been


Welkom bij deel 1 van de Sokken CAL!


Vandaag gaan we echt beginnen. Het is deze week veel tekst maar lees echt alles door. Het is belangrijke informatie voor als je echt goed passende sokken wilt en ik leg ook een aantal steken uit. Ben je al bekend met die steken dan kan je die informatie natuurlijk gewoon overslaan.

Even voor de duidelijkheid: het boekje "Sokken haak je zo!" van Jo An Luijken is de basis voor deze CAL. Je hebt het echt nodig!

We haken basispatroon 1 uit het boekje: Boord-naar-Teen met Hollandse hiel.

Ben je er klaar voor? Mooi! Dan gaan we nu echt beginnen.

1. Meten = weten!


Een waarheid als een koe en helemaal als het om gehaakte sokken gaat!
Meet je voeten op volgens de aanwijzingen op pagina 13. Deze maten zijn voor iedereen verschillend en wil je sokken die lekker zitten dan kan je deze stap echt niet overslaan. Waarom? Omdat haakwerk minder soepel en rekbaar is dan breiwerk en zich daardoor minder makkelijk aanpast aan de voet. Wat voor mijn maat 39 met hoge wreef en lange tenen goed zit, zit bij iemand met maat 39 en een smalle voet met lage wreef helemaal niet lekker. Dus: meten!

2. Het proeflapje


Hoe goed je sok straks past staat of valt bij het proeflapje. Het is niet mijn meest favoriete onderdeel van het haken van sokken maar je kan er echt niet om heen. Gebruik je namelijk een te dunne naald dan worden je sokken erg stijf en dat zit niet lekker. Maar gebruik je een te grote naald dan wordt je haakwerk te open en dat zit ook niet goed. Haak dus eerst een proeflapje met stokjes volgens de uitleg in het boekje op pagina 13 en 14.
Heb je dat gedaan en ben je tevreden? Dan ben je klaar voor de volgende stap. Is je haakwerk te stijf? Haak dan een nieuw proeflapje met een dikkere naald. Of is het juist te los? Gebruik dan een dunnere naald. Net zo lang tot je zelf tevreden bent.
O ja, voor ik het vergeet: wil je in de toekomst nog meer sokken haken, haak dan iedere keer weer opnieuw een proeflapje. Ieder garen en ieder patroon is namelijk anders. Garen A haak je misschien met haaknaald 2,0 mm en voor garen B is haaknaald 2,5 mm misschien geschikter. En niet ieder patroon is even rekbaar. Om teleurstellingen te voorkomen is een proeflapje dus echt noodzakelijk.

Proeflapje



















3. Rekenen


Rekenen? We zitten toch niet op school? Ja, rekenen! Maar wees gerust het is heel simpel hoor. Aan de hand van je proeflapje en de maten van je voet ga je namelijk het aantal opzetsteken en het aantal steken voor de omtrek van de voet uitrekenen. Op pagina 15 staan de formules die je daar voor gebruikt.

4. De gehaakte opzet


Zo, alles is getest en berekend. We kunnen eindelijk gaan beginnen!
Voor een mooie, soepele boord haken we de eerste toer met een gehaakte opzet. Ik zal hieronder alle stappen uitleggen met foto's er bij. Zie je liever een filmpje met uitleg en ben je in het bezit van een smartphone, scan dan de QR code in het boekje op pagina 8 of klik hier voor mijn eigen filmpje.

1. Haak een ketting van 3 lossen.
2. Sla de draad om je naald en steek in de eerste losse van de ketting in. Sla de draad om en haal hem door de losse, je hebt nu 3 lussen op je naald.




















3. Sla de draad om en haal hem alleen door de 1e lus. Dit wordt je basissteek. Zorg er voor dat je deze niet te strak aantrekt. Deze steek vervangt eigenlijk de losse waar je een stokje op haakt en je wilt deze steek graag soepel en losjes hebben. Hou deze steek vast. Je hebt hem in stap 5 nodig. Je hebt nog steeds 3 lussen op je naald.




















4. Sla de draad om, haal door 2 lussen. Sla de draad nogmaals om en haal hem door de laatste 2 lussen. Je eerste opzetstokje is klaar. De steek in het witte rondje is de basissteek die je net gemaakt hebt. In deze steek ga je nu weer insteken.




















5. Sla de draad om en steek je naald in de basissteek die je in stap 3 gemaakt hebt (in het witte rondje). Dat is de steek die je vast moest houden. Sla de draad om en haal hem door. Sla de draad om en haal alleen door de 1e lus. Dit wordt de volgende basissteek. Hou deze steek weer vast. Sla om haal door 2 lussen, sla om en haal door de laatste 2 lussen.




















Herhaal stap 4 en 5 tot je genoeg opzetstokjes hebt gehaakt.


















5. Gehaakt beginstokje


Bij het haken van sokken haak je in het rond. Aan het eind van de toer sluit je deze met een halve vaste. Veel mensen beginnen dan de volgende toer met beginlossen, in dit geval 3 voor de hoogte van een stokje. Het is een makkelijke manier het is alleen jammer dat je de lossen zo duidelijk ziet. Ze zien er echt anders uit dan de stokjes waar ze tussen staan en er ontstaat een gaatje. Een mooiere manier is het maken van een gehaakt beginstokje. Hieronder leg ik alle stappen met foto's uit. Zie je liever een filmpje met uitleg en ben je in het bezit van een smartphone, scan dan de QR code in het boekje op pagina 9 of klik hier voor mijn eigen filmpje.

1. Na het sluiten van de vorige toer met een halve vaste trek je de lus op je haaknaald op tot de hoogte van een stokje. Hou deze lus vast met je wijsvinger.





















2. Draai nu je haaknaald van voor naar achter onder de lus door om een omslag te maken en hou ondertussen de lus stevig vast met je wijsvinger. Je hebt nu 2 "lussen" op je naald staan.





















3. Sla de draad om en haal deze onder de eerste "lus" door.





















4. Sla de draad weer om en haal hem door de laatste 2 lussen. Je gehaakte beginstokje is nu klaar. Haak de toer af met stokjes en sluit met een halve vaste. Voor de volgende toer haak je eerst weer een gehaakt beginstokje.




















6. De boord


Om een mooie soepele, rekbare boord te krijgen, haken we deze met reliëfstokjes. Ook hier is een filmpje voor dat je met de QR code op pagina 10 van het boekje op je smartphone kan bekijken. Maar uiteraard leg ik het hier onder ook uit met behulp van foto's. Of je klikt hier voor mijn eigen filmpje.

1. Zet met de gehaakte opzet het aantal steken op dat je nodig hebt. Sluit de sliert met een halve vaste tot een cirkel zonder de steken te draaien.
2. Maak een gehaakt beginstokje (of 3 lossen).
3. Haak nu om en om een reliëfstokje voor en een reliëfstokje achter. Zelf zie ik het gehaakte beginstokje altijd als een reliëfstokje achter. Mijn eerste steek wordt dus een reliëfstokje voor. Om een reliëfstokje te haken, haak je om de onderliggende steek heen in plaats van in de bovenkant van de steek. Het eerste reliëfstokje voor haak je als volgt:
4. Sla de draad om. Steek je naald van voor naar achter tussen de 1e en 2e steek in. Steek je naald vervolgens van achter naar voor tussen de 2e en 3e steek. 




















5. Sla om en haal door.





















6. Sla om en haal door 2 lussen, sla om en haal door de laatste 2 lussen.




















7. Haak nu als tweede een reliëfstokje achter op de volgende manier: sla de draad om. Steek je naald van de achterkant van je werk naar de voorkant tussen de 3e steek en de 4e steek in. Steek je naald vervolgens van voor naar achter tussen de 4e en 5e steek in.





















8. Sla om en haal door.






















9. Sla om en haal door 2 lussen, sla om en haal door de laatste 2 lussen.





















10. Haak op deze manier de toer af en sluit de toer met een halve vaste.
11. Maak een gehaakt beginstokje en haak vervolgens een beginstokje en haak om alle reliëfstokjes voor een reliëfstokje voor en om alle reliëfstokjes achter een reliëfstokje achter.

Let op: begin iedere toer met een gehaakt beginstokje (of 3 lossen) en sluit iedere toer met een halve vaste.

Haak de boord tot ongeveer 5 cm of tot een hoogte die je zelf mooi/prettig vindt. Ik heb zelf in totaal 9 toeren met reliëfstokjes gehaakt.


Boord
Boord detail

Als je klaar bent, pas dan even of je de boord makkelijk over je wreef krijgt. Is hij te strak? Begin dan overnieuw met een paar steken extra. Is hij te los? Begin dan opnieuw met een paar steken minder. Doe het echt anders heb je straks sokken die je óf niet aankrijgt óf die afzakken!


7. Het been


We gaan verder met het been. Deze wordt gehaakt in stokjes. Begin iedere toer met een gehaakt beginstokje en sluit iedere toer met een halve vaste.
Haak het been tot de lengte die je zelf wilt. De meeste sokken zijn ongeveen 18 tot 20 cm hoog. Het been stopt bij de hiel, ongeveer 6 cm boven de grond (afhankelijk van je schoenmaat). Zelf heb ik 15 toeren gehaakt voor het been.


 
Op de rechterfoto zie je het been met in het midden de gehaakte beginstokjes van iedere toer. Zoals je ziet zijn ze niet helemaal onzichtbaar maar wel veel mooier dan drie lossen. Om er voor te zorgen dat deze "lijn" aan de binnenkant van je been zit, gaan we een linker- en een rechtersok haken. Hoe? Dat komt volgende week ;)

Blijf je sok regelmatig even passen om te zien of hij lekker zit en of je het been al lang genoeg vindt.

Nog een tip: schrijf op wat je bij de eerste sok doet! Aantal opzetsteken, aantal toeren voor de boord en aantal toeren voor het been. Zo kan je de tweede sok precies hetzelfde haken. Anders moet je na de eerste sok je proberen te  herinneren wat je gedaan hebt en alles tellen op je eerste sok en dat is heel vervelend (vraag me niet hoe ik dit weet!).

Zo, dat was het voor deze week. Viel het mee? Heb je vragen? Nieuwe dingen geleerd? Loop je ergens op vast? Laat het me vooral weten dan probeer ik je te helpen. Dat kan hier op mijn blog maar ook op Facebook of via een email.

Huiswerk voor deze week: haak de boord en het been. Als je klaar bent kan je natuurlijk alvast met de tweede sok beginnen. Donderdag 16 februari gaan we verder met de grote en de kleine hiel.

Succes!

Marjolein