![]() |
Foto gemaakt door Marjolein Flick
|
Welkom bij de Haakbaak! De plek op internet waar ik laat zien wat ik aan het haken ben, artikelen uit mijn winkel bespreek en patronen met jullie deel. Kortom een plek vol inspiratie en informatie voor iedereen die haken een warm hart toedraagt.
29 augustus, 2014
26 augustus, 2014
Pinspiratie: Evighedstæppe deken
De avonden worden alweer langer, de nachten frisser of te wel: de herfst komt dichterbij! Voor mij een goede reden om een deken te haken. Zeker als hij groter wordt, kan je er lekker onder weg kruipen tijdens het haken. Mijn oog viel deze keer op een grafische deken. Ik vind het effect prachtig! En als je het haakt van "Extra Soft Merino", "Universa" of "Baby Cashmerino" is hij nog lekker warm ook. Het gratis patroon kan je hier downloaden.

Volg mij op Pinterest voor nog meer inspiratie!

Volg mij op Pinterest voor nog meer inspiratie!
23 augustus, 2014
CAL - deel 3
Zo, vandaag al weer het laatste deel van de CAL. Vandaag haken we het laatste deel van het beestje en gaan we hem in elkaar zetten. Heb je de eerste twee delen gemist en wil je toch mee doen? Geen probleem! Hier vind je de betreffende berichten: benodigde materialen, deel 1 en deel 2. En dan zijn er nog de tutorials voor de magische ring en het meerderen en minderen.
Vandaag haken we deel F. Zoals je misschien al geraden hebt, is deel F de kop van het beestje.
Gebruikte afkortingen
Magische ring (mr.)
Toer 1: 6 v. in mr. = 6 v.
Toer 2: 2 v. in iedere v. = 12 v.
Toer 3: 12 v.
Toer 4: 2 v. in iedere 2e v. = 18 v.
Toer 5-6: 18 v.
Toer 7: 2 v. in iedere 3e v. = 24 v.
Toer 8-9: 24 v.
Toer 10: 2 v. in iedere 4e v. = 30 v.
Toer 11-13: 30 v.
Ga verder met 801 Moon Stone
Toer 14: 2 v. in iedere 5e v. = 36 v.
Toer 15-18: 36 v.
Zet de oogjes vast tussen toer 10 en 11. Laat 8 steken tussen beide oogjes.
Toer 19: iedere 5e en 6e v. sh. = 30 v.
Toer 20: iedere 4e en 5e v. sh. = 24 v.
Toer 21: iedere 3e en 4e v. sh. = 18 v.
Vul het kopje op.
Toer 22: iedere 2e en 3e v. sh. = 12 v.
Toer 23: iedere 1e en 2e v. sh. = 6 v.
Hecht af.
Borduur met Catania 257 Flesh een neus.
Zo, dat waren alle onderdelen van het beestje. Nu gaan we hem in elkaar zetten. We beginnen met de kop (deel F) en de oren (deel E).
Naai beide oren vast op de kop tussen toer 16 en 18. Laat 13 steken tussen de oren.
Naai daarna de kop vast op het lijf (deel D).
Als laatste gaan we de poten en de staart vastnaaien.
De voorpoten (deel A) naai je aan de zijkant vast op het lijf, twee toeren onder de kop.
De achterpoten (deel B) naai je aan de onderkant vast op het lijf op toeren 1 t/m 4.
De staart (deel C) naai je aan de achterkant vast op het lijf op toer 7.
"Eehhhh, Marjoleihein? Mag ik nu eindelijk te voorschijn komen?"
Natuurlijk! Iedereen is als het goed is klaar. Kom maar!
"Mooi, want ik wil nu wel eens zien wie er allemaal mee hebben gedaan met deze mysterie-CAL! Aangenaam kennis te maken iedereen, mijn naam is SAM!"
En daar is hij dan eindelijk: Sam het Schaap!
Sam is een Drents Heideschaap, niet op zijn mondje gevallen, een tikje avontuurlijk, beetje roekeloos, uitermate nieuwsgierig maar vooral een heel lief schaapje. Je zult hem wel vast wel vaker tegen gaan komen op mijn blog want hij steekt zijn neus graag in alle zaken die met wol te maken hebben.
Ik hoop dat je het leuk vond om hem te haken.
En vertel eens: wat vond je er van dat je niet wist wat je ging haken? Voor herhaling vatbaar? Ik hoor het graag!
Marjolein
Vandaag haken we deel F. Zoals je misschien al geraden hebt, is deel F de kop van het beestje.
Gebruikte afkortingen
Magische ring (mr.)
F.
Maak met 804
Boulder Opal een mr.Toer 1: 6 v. in mr. = 6 v.
Toer 2: 2 v. in iedere v. = 12 v.
Toer 3: 12 v.
Toer 4: 2 v. in iedere 2e v. = 18 v.
Toer 5-6: 18 v.
Toer 7: 2 v. in iedere 3e v. = 24 v.
Toer 8-9: 24 v.
Toer 10: 2 v. in iedere 4e v. = 30 v.
Toer 11-13: 30 v.
Ga verder met 801 Moon Stone
Toer 14: 2 v. in iedere 5e v. = 36 v.
Toer 15-18: 36 v.
Zet de oogjes vast tussen toer 10 en 11. Laat 8 steken tussen beide oogjes.
Toer 19: iedere 5e en 6e v. sh. = 30 v.
Toer 20: iedere 4e en 5e v. sh. = 24 v.
Toer 21: iedere 3e en 4e v. sh. = 18 v.
Vul het kopje op.
Toer 22: iedere 2e en 3e v. sh. = 12 v.
Toer 23: iedere 1e en 2e v. sh. = 6 v.
Hecht af.
Borduur met Catania 257 Flesh een neus.
![]() |
Het onderdeel van vandaag!
|
Zo, dat waren alle onderdelen van het beestje. Nu gaan we hem in elkaar zetten. We beginnen met de kop (deel F) en de oren (deel E).
Naai beide oren vast op de kop tussen toer 16 en 18. Laat 13 steken tussen de oren.
Naai daarna de kop vast op het lijf (deel D).
Als laatste gaan we de poten en de staart vastnaaien.
De voorpoten (deel A) naai je aan de zijkant vast op het lijf, twee toeren onder de kop.
De achterpoten (deel B) naai je aan de onderkant vast op het lijf op toeren 1 t/m 4.
De staart (deel C) naai je aan de achterkant vast op het lijf op toer 7.
"Eehhhh, Marjoleihein? Mag ik nu eindelijk te voorschijn komen?"
Natuurlijk! Iedereen is als het goed is klaar. Kom maar!
"Mooi, want ik wil nu wel eens zien wie er allemaal mee hebben gedaan met deze mysterie-CAL! Aangenaam kennis te maken iedereen, mijn naam is SAM!"
En daar is hij dan eindelijk: Sam het Schaap!
Sam is een Drents Heideschaap, niet op zijn mondje gevallen, een tikje avontuurlijk, beetje roekeloos, uitermate nieuwsgierig maar vooral een heel lief schaapje. Je zult hem wel vast wel vaker tegen gaan komen op mijn blog want hij steekt zijn neus graag in alle zaken die met wol te maken hebben.
Ik hoop dat je het leuk vond om hem te haken.
En vertel eens: wat vond je er van dat je niet wist wat je ging haken? Voor herhaling vatbaar? Ik hoor het graag!
Marjolein
22 augustus, 2014
20 augustus, 2014
CAL - deel 2
Vandaag gaan we verder met de CAL en wel met deel D en E. Mocht je mee willen doen maar deel 1 gemist hebben dan kan je dat hier vinden. Je kan altijd aanhaken!
Wil je weten welke manieren van minderen/samenhaken er zijn, kijk dan in dit bericht. De uitleg van de magische ring vind je hier. Veel plezier met deel 2!
Gebruikte afkortingen
Magische ring (mr.)
Onderdeel D
Toer 2: 2 v. in iedere v. = 12 v.
Toer 3: 2 v. in iedere 2e v. = 18 v.
Toer 4: 2 v. in iedere 3e v. = 24 v.
Toer 5: 24 v.
Toer 6: 2 v. in iedere 4e v. = 30 v.
Toer 7-8: 30 v.
Toer 9: 2 v. in iedere 5e v. = 36 v.
Toer 10-12: 36 v.
Toer 13: 2 v. in iedere 6e v. = 42 v.
Toer 14-19: 42 v.
Toer 20: iedere 6e en 7e v. sh. = 36 v.
Toer 21: 36 v.
Toer 22: iedere 5e en 6e v. sh. = 30 v.
Toer 23: 30 v.
Toer 24: iedere 4e en 5e v. sh. = 24 v.
Toer 25: iedere 3e en 4e v. sh. = 18 v.
Vul op.
Toer 26: iedere 2e en 3e v. sh. = 12 v.
Toer 27: iedere 1e en 2e v. sh. = 6 v.
Hecht af.
Onderdeel E
Haak een ketting van 5 l. en 1 keerl. = 6 l.
Toer 1: Sla de eerste losse van de lossenketting over en haak 5 v. in de rest van de lossenketting. Keer om.
Toer 2: 1 keerl. – 2 v. in 1e v. - 3 v. – 2 v. in 5e v. = 7 v. Keer om.
Toer 3-6: 1 keerl. – 7 v. Keer om.
Toer 7: 1 keerl. – 2 v. sh. – 3 v. – 2 v. sh. = 5 v. Keer om.
Toer 8: 1 keerl. – 2 v. sh. – 1 v. – 2 v. sh. = 3 v.
Hecht af.
Vouw het onderdeel aan de onderkant dubbel en naai vast.
En dat was het weer voor vandaag! Zaterdag 23 augustus haken we het laatste onderdeel en gaan we het beestje in elkaar zetten. Mocht je vragen hebben, stel ze dan gerust. Ik help je graag!
Marjolein
Wil je weten welke manieren van minderen/samenhaken er zijn, kijk dan in dit bericht. De uitleg van de magische ring vind je hier. Veel plezier met deel 2!
Gebruikte afkortingen
Magische ring (mr.)
Losse (l.)
Keerlosse (keerl.)
Halve vaste (hv.)
Vaste (v.)
Samenhaken (sh.)
Onderdeel D
Maak met 801 Moon Stone een
mr.
Toer 1: 6 v. in mr. = 6 v.Toer 2: 2 v. in iedere v. = 12 v.
Toer 3: 2 v. in iedere 2e v. = 18 v.
Toer 4: 2 v. in iedere 3e v. = 24 v.
Toer 5: 24 v.
Toer 6: 2 v. in iedere 4e v. = 30 v.
Toer 7-8: 30 v.
Toer 9: 2 v. in iedere 5e v. = 36 v.
Toer 10-12: 36 v.
Toer 13: 2 v. in iedere 6e v. = 42 v.
Toer 14-19: 42 v.
Toer 20: iedere 6e en 7e v. sh. = 36 v.
Toer 21: 36 v.
Toer 22: iedere 5e en 6e v. sh. = 30 v.
Toer 23: 30 v.
Toer 24: iedere 4e en 5e v. sh. = 24 v.
Toer 25: iedere 3e en 4e v. sh. = 18 v.
Vul op.
Toer 26: iedere 2e en 3e v. sh. = 12 v.
Toer 27: iedere 1e en 2e v. sh. = 6 v.
Hecht af.
Onderdeel E
Dit onderdeel wordt in heen en teruggaande toeren gehaakt.
Haak met 804 Boulder Opal.Haak een ketting van 5 l. en 1 keerl. = 6 l.
Toer 1: Sla de eerste losse van de lossenketting over en haak 5 v. in de rest van de lossenketting. Keer om.
Toer 2: 1 keerl. – 2 v. in 1e v. - 3 v. – 2 v. in 5e v. = 7 v. Keer om.
Toer 3-6: 1 keerl. – 7 v. Keer om.
Toer 7: 1 keerl. – 2 v. sh. – 3 v. – 2 v. sh. = 5 v. Keer om.
Toer 8: 1 keerl. – 2 v. sh. – 1 v. – 2 v. sh. = 3 v.
Hecht af.
Vouw het onderdeel aan de onderkant dubbel en naai vast.
![]() |
De onderdelen van vandaag naast elkaar!
|
En dat was het weer voor vandaag! Zaterdag 23 augustus haken we het laatste onderdeel en gaan we het beestje in elkaar zetten. Mocht je vragen hebben, stel ze dan gerust. Ik help je graag!
Marjolein
19 augustus, 2014
Haakschool - meerderen en minderen
Voor het haken van onder andere amigurumi moet je kunnen meerderen en minderen. Voor het meerderen is er één manier, voor het minderen laat ik drie verschillende manieren zien.
Meerderen
Veel onderdelen van amigurumi haak je in het rond. Zo krijg je een koker die je later opvult. Om verschillende maten van die kokers te krijgen, moet je weten hoe je meerdert. Meerderen is eigenlijk heel eenvoudig. Kort gezegd haak je twee steken waar je er normaal één zou haken.
1. Haak de steek volgens patroon, hier een vaste.
2. Haak in dezelfde steek nog een steek volgens je patroon. Hier weer een vaste.
3. Je hebt nu twee dezelfde steken op dezelfde plek gehaakt.
Dit kan je met alle enkele steken doen die je wilt: vasten, halve stokjes, stokjes, dubbele stokjes, enz.
Steekcombinaties als clusters, waaiers, popcorns e.d. worden over het algemeen niet gebruikt om mee te meerderen.
Minderen
Minderen is het samenhaken van doorgaans twee steken zodat er één steek overblijft. Er zijn verschillende manieren om te minderen. Hieronder laat ik de drie verschillende manieren zien die ik zelf veel gebruik.
Methode 1
Dit is de methode die je meestal als eerste leert. Deze methode gebruik ik zelf vooral bij platte projecten als sjaals, kleedjes, granny squares e.d. waarbij beide kanten er mooi uit moeten zien.
1. Steek je haaknaald onder de twee lussen van de eerste steek door. Sla de draad om en haal door. Je hebt nu twee lussen op je haaknaald.
2. Steek je haaknaald onder de twee lussen van de volgende steek door, sla de draad om en haal hem door. Je hebt nu drie lussen op je haaknaald.
3. Sla de draad om je haaknaald en haal de draad door alle drie de lussen. Je hebt nu twee steken samen gehaakt waardoor je nu één steek geminderd hebt.
4. Als je je werk omdraait, ziet het er aan de goede kant zo uit. In de cirkel zie je twee horizontale gele lussen op elkaar liggen. Dat zijn de twee steken die je samen gehaakt hebt. Je ziet het niet zo heel goed op de foto maar deze methode laat een klein gaatje achter in je werk. Daardoor is deze methode minder geschikt voor bijvoorbeeld amigurumi omdat de vulling er door naar buiten kan komen.
Methode 2
Deze methode lijkt heel erg op methode 1 met als verschil dat het gaatje dat ontstaat tijdens het minderen hier minder groot is. Deze methode gebruik je vooral bij projecten waarbij maar één kant te zien is als het af is.
1. Steek je haaknaald alleen onder de achterste lus van de eerste steek door. Dat is de lus die het verst van je af is. Sla de draad om de naald en haal door. Je hebt nu twee lussen op de haaknaald.
2. Steek je haaknaald onder de achterste lus van de volgende steek door, sla de draad om en haal hem door. Je hebt nu drie lussen op je haaknaald.
3. Sla de draad om je haaknaald en haal de draad door alle drie de lussen. Je hebt nu weer twee steken samen gehaakt waardoor je weer één steek geminderd hebt.
Als je nu naar je werk kijkt, zie je de voorste lussen van de steken die je samen gehaakt hebt als een horizontaal streepje onder de gele steken liggen. Als je nu verder haakt, blijf je die lussen zien. Daarom is deze methode minder geschikt voor projecten waar je beide kanten ziet.

4. Als je je werk omdraait, ziet het er aan de goede kant zo uit. In de cirkel zie je twee horizontale gele lussen op elkaar liggen. Dat zijn de twee steken die je samen gehaakt hebt. Het ziet er praktisch hetzelfde uit als bij methode 1, alleen is het gaatje dat door het minderen ontstaat hier kleiner. Daardoor is deze methode beter geschikt voor bijvoorbeeld amigurumi omdat de vulling hier minder makkelijk door naar buiten komt.
Methode 3
Deze methode wordt ook wel "onzichtbaar minderen" genoemd omdat je uiteindelijk maar heel moeilijk kan terugvinden waar je precies geminderd hebt. Deze methode laat ook geen gaatjes achter en is daardoor perfect voor amigurumi.
1. Steek je haaknaald onder de achterste lus van de eerste steek door. Steek je haaknaald daarna meteen onder de achterste lus van de volgende steek door. Je hebt nu drie lussen op je haaknaald.
2. Sla de draad om je haaknaald en haal de draad door de eerste twee lussen. Je hebt nu nog twee lussen op je haaknaald.
3. Sla de draad weer om je haaknaald en haal de draad door beide lussen. Je hebt nu twee steken samen gehaakt en dus één steek geminderd.
Zoals je ziet, zie je ook bij deze methode de voorste lussen van de steken die je samen gehaakt hebt als een horizontaal streepje onder de steek liggen. Daarom is deze methode minder geschikt voor projecten waarvan je beide kanten ziet.
4. Als je je werk omdraait, ziet het er aan de goede kant zo uit. In de cirkel zie je eigenlijk maar één gele steek en niet de twee gele lussen die je bij methode 1 en 2 ziet. De mindering is vrijwel onzichtbaar. De enige manier waarop je hem later terug kan vinden, is door te voelen. Deze steek is iets dikker dan de andere steken. Er is ook helemaal geen gaatje in je werk waardoor vulling van amigurumi netjes op zijn plek blijft en niet naar buiten kan komen.
Uiteraard kan je bij methode 2 en 3 ook in de voorste lussen minderen in plaats van in de achterste lussen. Je keus hangt af van welke kant van je werk de goede kant is.
Mocht je nog vragen hebben over bovenstaande methodes stel ze dan gerust. Ik help je graag!
Marjolein
Meerderen
Veel onderdelen van amigurumi haak je in het rond. Zo krijg je een koker die je later opvult. Om verschillende maten van die kokers te krijgen, moet je weten hoe je meerdert. Meerderen is eigenlijk heel eenvoudig. Kort gezegd haak je twee steken waar je er normaal één zou haken.
1. Haak de steek volgens patroon, hier een vaste.
2. Haak in dezelfde steek nog een steek volgens je patroon. Hier weer een vaste.
3. Je hebt nu twee dezelfde steken op dezelfde plek gehaakt.
Dit kan je met alle enkele steken doen die je wilt: vasten, halve stokjes, stokjes, dubbele stokjes, enz.
Steekcombinaties als clusters, waaiers, popcorns e.d. worden over het algemeen niet gebruikt om mee te meerderen.
Minderen
Minderen is het samenhaken van doorgaans twee steken zodat er één steek overblijft. Er zijn verschillende manieren om te minderen. Hieronder laat ik de drie verschillende manieren zien die ik zelf veel gebruik.
Methode 1
Dit is de methode die je meestal als eerste leert. Deze methode gebruik ik zelf vooral bij platte projecten als sjaals, kleedjes, granny squares e.d. waarbij beide kanten er mooi uit moeten zien.
1. Steek je haaknaald onder de twee lussen van de eerste steek door. Sla de draad om en haal door. Je hebt nu twee lussen op je haaknaald.
2. Steek je haaknaald onder de twee lussen van de volgende steek door, sla de draad om en haal hem door. Je hebt nu drie lussen op je haaknaald.
3. Sla de draad om je haaknaald en haal de draad door alle drie de lussen. Je hebt nu twee steken samen gehaakt waardoor je nu één steek geminderd hebt.
4. Als je je werk omdraait, ziet het er aan de goede kant zo uit. In de cirkel zie je twee horizontale gele lussen op elkaar liggen. Dat zijn de twee steken die je samen gehaakt hebt. Je ziet het niet zo heel goed op de foto maar deze methode laat een klein gaatje achter in je werk. Daardoor is deze methode minder geschikt voor bijvoorbeeld amigurumi omdat de vulling er door naar buiten kan komen.
Methode 2
Deze methode lijkt heel erg op methode 1 met als verschil dat het gaatje dat ontstaat tijdens het minderen hier minder groot is. Deze methode gebruik je vooral bij projecten waarbij maar één kant te zien is als het af is.
1. Steek je haaknaald alleen onder de achterste lus van de eerste steek door. Dat is de lus die het verst van je af is. Sla de draad om de naald en haal door. Je hebt nu twee lussen op de haaknaald.
2. Steek je haaknaald onder de achterste lus van de volgende steek door, sla de draad om en haal hem door. Je hebt nu drie lussen op je haaknaald.
3. Sla de draad om je haaknaald en haal de draad door alle drie de lussen. Je hebt nu weer twee steken samen gehaakt waardoor je weer één steek geminderd hebt.
Als je nu naar je werk kijkt, zie je de voorste lussen van de steken die je samen gehaakt hebt als een horizontaal streepje onder de gele steken liggen. Als je nu verder haakt, blijf je die lussen zien. Daarom is deze methode minder geschikt voor projecten waar je beide kanten ziet.

4. Als je je werk omdraait, ziet het er aan de goede kant zo uit. In de cirkel zie je twee horizontale gele lussen op elkaar liggen. Dat zijn de twee steken die je samen gehaakt hebt. Het ziet er praktisch hetzelfde uit als bij methode 1, alleen is het gaatje dat door het minderen ontstaat hier kleiner. Daardoor is deze methode beter geschikt voor bijvoorbeeld amigurumi omdat de vulling hier minder makkelijk door naar buiten komt.
Methode 3
Deze methode wordt ook wel "onzichtbaar minderen" genoemd omdat je uiteindelijk maar heel moeilijk kan terugvinden waar je precies geminderd hebt. Deze methode laat ook geen gaatjes achter en is daardoor perfect voor amigurumi.
1. Steek je haaknaald onder de achterste lus van de eerste steek door. Steek je haaknaald daarna meteen onder de achterste lus van de volgende steek door. Je hebt nu drie lussen op je haaknaald.
2. Sla de draad om je haaknaald en haal de draad door de eerste twee lussen. Je hebt nu nog twee lussen op je haaknaald.
3. Sla de draad weer om je haaknaald en haal de draad door beide lussen. Je hebt nu twee steken samen gehaakt en dus één steek geminderd.
Zoals je ziet, zie je ook bij deze methode de voorste lussen van de steken die je samen gehaakt hebt als een horizontaal streepje onder de steek liggen. Daarom is deze methode minder geschikt voor projecten waarvan je beide kanten ziet.
4. Als je je werk omdraait, ziet het er aan de goede kant zo uit. In de cirkel zie je eigenlijk maar één gele steek en niet de twee gele lussen die je bij methode 1 en 2 ziet. De mindering is vrijwel onzichtbaar. De enige manier waarop je hem later terug kan vinden, is door te voelen. Deze steek is iets dikker dan de andere steken. Er is ook helemaal geen gaatje in je werk waardoor vulling van amigurumi netjes op zijn plek blijft en niet naar buiten kan komen.
Uiteraard kan je bij methode 2 en 3 ook in de voorste lussen minderen in plaats van in de achterste lussen. Je keus hangt af van welke kant van je werk de goede kant is.
Mocht je nog vragen hebben over bovenstaande methodes stel ze dan gerust. Ik help je graag!
Marjolein
©2014 de Haakbaak
Deze cursus mag niet worden verveelvoudigd, opgeslagen en/of openbaar gemaakt in welke vorm dan ook,
zonder voorgaande schriftelijke toestemming van de Haakbaak
Pinspiratie: Chevron Backpack
Afgelopen week kwam ik het patroon voor deze leuke tas tegen op Pinterest. Een interessant geometrisch patroon in mooie herfstkleuren. Perfect als gymtas voor alle kinderen die weer terug naar school zijn/gaan! Het gratis patroon kan je hier vinden. Veel plezier er mee!
Volg mij op Pinterest voor nog meer inspiratie!
Volg mij op Pinterest voor nog meer inspiratie!
Abonneren op:
Posts (Atom)























